
Onder bestuurlijke boete wordt verstaan de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. (art. 5:40 lid 1 Awb.). De bestuurlijke boete kan door het bestuursorgaan worden opgelegd, maar alleen als de overtreding verwijtbaar is.
Het bestuurorgaan mag geen bestuurlijke boete opleggen voor een overtreding waarvoor al een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechzitting al is begonnen of een strafbeschikking is uitgevaardigd (art. 5:44 lid 1 Awb.). Wanneer er overeenkomstig art. 5:53 Awb. een bestuurlijke boete van meer dan € 340 kan worden opgelegd, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden (art. 5:45 lid 1 Awb.). In de overige gevallen is deze termijn drie jaren (art. 5:45 lid 2 Awb.). De vervaltermijn wordt opgeschort tot onherroepelijk op een bezwaar- of beroepschrift is beslist wanneer deze is ingediend.
Als er een rapport is opgemaakt over de bestuurlijke boete, beslist het bestuursorgaan doorgaans binnen dertien weken na dagtekening van dat rapport tot oplegging van de bestuurlijke boete (art. 5:51 lid 1 Awb.). Hiertoe geeft het bestuursorgaan een beschikking af, die de naam en het bedrag van de bestuurlijke boete vermeldt (art. 5:52 Awb.). Vooraf is het indienen van een zienswijze mogelijk, daarna bezwaar en beroep. Zie de items zienswijze, bezwaar en beroep.
Reacties